Het is koud en winderig. Het Zeeuwse eiland Schouwen Duiveland ligt er mistroostig en verlaten bij. Marian van Puyvelde woont in de duinen van Haamstede, aan de voet van de vuurtoren, die zich als een kolossale rood-witte zuurstok boven het kale landschap verheft.
Een moderne vrouw van 86, met een energie waar een buitenstaander doodmoe van wordt. Vier dagen in de week staat de beeldhouwster te werken in haar Middelburgse atelier, temidden van nog zo´n dertig andere kunstenaars. En als ze daar niet is te vinden, is ze met haar bestelauto wel ergens in het land op weg naar de bronsgieter of naar een van de vele galeries, die haar werk graag exposeren.
Ze had geen idee, toen haar werd gevraagd een beeldje voor de Dick van Gangelen Trofee te ontwerpen. Ze wist niets van schaatsen en al helemaal niet van marathonschaatsen.
“Dus om een goede indruk te krijgen ben ik naar schaats- wedstrijden op de televisie gaan kijken en verder bekijk je tijdschriften en duik je de bibliotheek in om afbeeldingen van schaatsers goed te bestuderen en te leren hoe hun verschil- lende lichaamshoudingen zijn”.
Aan de geboorte van een bronzen beeldje gaat een lange weg vooraf. Voordat de bronsgieter kan beginnen worden er eerst van het door de kunstenaar geboetseerde model een groot aantal mallen en contra-mallen gemaakt.
Het dure brons, maar vooral dat arbeidsintensieve proces in de gieterij, maakt bronzen beelden bijna onbetaalbaar.
Marian van Puyvelde, moeder van drie kinderen en weduwe van een chirurg, die ook nog eens archeoloog was, begon pas met beeldhouwen toen ze al tegen de zeventig liep.
Leeftijd: bijna 86. Is het nu een keertje klaar?
“Ben je gek. Ik voel me nog prima. Nee, schaatsen is er niet meer bij. Ik heb veel bewondering voor marathonschaatsers als ik zie dat ze vaak ook nog gewoon een baan hebben".