[./index.html]
[./columns4.html]
[./columns6.html]
[Web Creator] [LMSOFT]
  
Kanonnen

Niet dat ik het ze met zoveel woorden heb gevraagd en het is ook meer een kwestie van gedogen, maar tegenwoordig mag ik meedoen met de grote jongens, de kanonnen.
Ook toen ik zelf nog actief journalist was
en zelfs later als hoofdredacteur van een grote krant, was fotograferen mijn stille passie. Maar in de journalistiek gold dat
de schoenmaker zich bij zijn leest moest houden en dus mocht je als verslaggever niet eens naar een camera wijzen, laat
staan er foto's mee maken. Inmiddels ben ik 'in ruste' en ineens mag alles. Nou, bijna alles. Ik heb er nog een excuus voor ook.
Veel aanleg voor bobo heb ik nooit gehad, dus er moest ook wel echt iets te doen zijn, nadat ik bij het afscheid van mijn krant die sportprijs in het leven had geroepen. Na 45 jaar is de cirkel weer rond: ooit begonnen als redacteur van de schoolkrant met een stencilmachine (wie kent zo'n ding nog?) ben ik weer terug bij af en maak nu de website van de Dick van Gangelen Trofee. Eigenlijk niets meer dan de schoolkrant
van toen, maar dan op een soort stencilmachine met een beeldscherm.
Ik schrijf weer stukjes én ik mag eindelijk foto's maken. In de bocht langs de baan, tussen de grote jongens. Zeg maar rustig: tussen de kanonnen, want dat zijn die enorme telelenzen met de tegenwaarde
van een bescheiden middenklasse-auto.
Dat is wel even wennen, want je hebt toch het ongemakkelijke gevoel dat je door zo'n ding naar de fysiek beter bedeelde, veelal vrouwelijke medemens zit te gluren. Daarvoor moet enige gêne overwonnen worden, maar ja, het is 'voor je vak' hé?
Mooie jongens, die fotografen. Vaklui en
als geen ander betrokken bij het mara- thonschaatsen. Ja, ik ben me daar gek en ga iets anders zeggen. Want als ik dreig
te verzuipen en dat gebeurt nogal eens, komen ze me wel altijd redden.

                               Willem Ammerlaan
  
Mombarg

In het gezellige café langs de baan in Hoorn was ik aan een van de staantafels in gesprek geraakt. Uit mijn ooghoeken zag ik dat hij aanschoof.
Mooie, karakteristieke, afgetrainde kale kop. In het zwart gekleed. Beschaafd logo met Nefit erop. Arjan Mombarg.
"Hoe is tie?"
"Goed", zei Arjan. Hij is een man van weinig woorden, maar van veel daden.
Terwijl hij zijn biertje dronk en ik aan mijn Beerenburg nipte, herinnerde ik hem aan Naaldwijk, waar hij bij het NK skee- leren naast Arjan Smit op het podium stond. En dat we daar na afloop nog zo
gezellig  met René en Henri in een tent met genodigden hadden gestaan.
Ik vertelde hem dat wij ín onze tijd na de wedstrijd met mannen als Giling, Pronk, Niesten en Dolle Dries altijd ' nazaten ' aan de Beerenburg. Arjan glimlachte.
"Dat is nu wel anders met de jonge gasten, die zijn gelijk weg na de koers". "Maar", zei hij er vergoelijkend bij, "morgen moeten ze weer aan de bak".
"Hoe is het op de boerderij, nog altijd samenwerken met je vader?"
Ja dus, maar Arjan staat daarnaast ook nog in zijn schaats- en skeelerwinkel en runt mede een evenementenbureau.
"Topsporter, boer, schaatsondernemer, hoe doe je dat allemaal?".
"Vroeg opstaan", luidde het kort en krachtig, "Ik was er vanmorgen om vijf uur uit en eerst de koeien melken. We- ken van 40 tot 60 uur werken zijn bij mij heel normaal. In het peloton willen ze tegenwoordig alleen maar korter werken of volledig prof zijn".
De volgende morgen meldde de recht- streekse televisieuitzending dat Arjan Mombarg in Assen volle bak het gat naar de kopgroep dicht reed. Het was niet het eerste dat hij op die dag deed.
Ze bestaan nog wel, sportmannen zoals Mombarg.
                                      Rien de Roon
  
Martijn

Hij mag dan misschien niet het talent van zijn vader hebben, Martijn Kromkamp is een alleraardigste schaatser. En hij is vast veel minder dom dan zijn laatste column op de overigens buitengewoon informatieve site Schaatspeloton.nl doet vermoeden.
In zijn stukje veegt de gelegenheidscolum- nist de vloer aan met vrouwen als toch een beetje het mislukte deel van de schepping.
"Vanaf het moment dat vrouwen zijn gaan studeren is het eigenlijk echt mis gegaan. Vroeger was er de huishoudschool. Daar werden vrouwen dom gehouden. Ze wisten niks, dus klaagden ook niet. Perfect! Nu ze studeren denken ze ineens dat ze slim zijn". En zo geeft de schrijver hem, maar vooral haar nog wel even van Jetje.
Allemaal ironie natuurlijk. Niet dat het echt blijkt uit de tekst van Martijn, maar dat móet toch eigenlijk wel, want geen welden- kend mens kan zulke onzin toch echt menen. En weldenkend ís Martijn zonder twijfel, al weet hij dat in zijn column wel heel goed geheim te houden.
Columnisten hebben nogal eens de ge- woonte hun lezerspubliek tegemoet te treden met een staccato aan provocerende beweringen, die vaak op het randje zijn en
slechts tot doel hebben de lezer voor een paar tellen naar het canvas te krijgen.
Dan volgt de nuance, licht de schrijver zijn eigenzinnige tegendraadsheid toe en laat hij zijn lezer opgelucht adem halen. Goddank, hij heeft het toch allemaal niet zo bedoeld. Laten we hopen dat dat met Martijn Kromkamp ook het geval is.
Natuurlijk is dat zo, want niemand zal het toch in zijn botte kop halen om echt te vinden dat de instelling van het vrouwen- kiesrecht 'zo ongeveer de domste beslis- sing is geweest, die de Nederlandse politiek ooit heeft genomen' ?
Gevoel voor humor en ironie zijn niet iedereen gegeven. Maar ja, daarentegen kan Martijn natuurlijk wel weer goed schaatsen.                    
                               Willem Ammerlaan