Mombarg
In het gezellige café langs de baan in Hoorn was ik aan een van de staantafels in gesprek geraakt. Uit mijn ooghoeken zag ik dat hij aanschoof.
Mooie, karakteristieke, afgetrainde kale kop. In het zwart gekleed. Beschaafd logo met Nefit erop. Arjan Mombarg.
"Hoe is tie?"
"Goed", zei Arjan. Hij is een man van weinig woorden, maar van veel daden.
Terwijl hij zijn biertje dronk en ik aan mijn Beerenburg nipte, herinnerde ik hem aan Naaldwijk, waar hij bij het NK skee- leren naast Arjan Smit op het podium stond. En dat we daar na afloop nog zo
gezellig met René en Henri in een tent met genodigden hadden gestaan.
Ik vertelde hem dat wij ín onze tijd na de wedstrijd met mannen als Giling, Pronk, Niesten en Dolle Dries altijd ' nazaten ' aan de Beerenburg. Arjan glimlachte.
"Dat is nu wel anders met de jonge gasten, die zijn gelijk weg na de koers". "Maar", zei hij er vergoelijkend bij, "morgen moeten ze weer aan de bak".
"Hoe is het op de boerderij, nog altijd samenwerken met je vader?"
Ja dus, maar Arjan staat daarnaast ook nog in zijn schaats- en skeelerwinkel en runt mede een evenementenbureau.
"Topsporter, boer, schaatsondernemer, hoe doe je dat allemaal?".
"Vroeg opstaan", luidde het kort en krachtig, "Ik was er vanmorgen om vijf uur uit en eerst de koeien melken. We- ken van 40 tot 60 uur werken zijn bij mij heel normaal. In het peloton willen ze tegenwoordig alleen maar korter werken of volledig prof zijn".
De volgende morgen meldde de recht- streekse televisieuitzending dat Arjan Mombarg in Assen volle bak het gat naar de kopgroep dicht reed. Het was niet het eerste dat hij op die dag deed.
Ze bestaan nog wel, sportmannen zoals Mombarg.
Rien de Roon