Jeen
Iemand tikte op mijn schouder.
Ietwat gestrest was ik tussen het Hee- renveense publiek op zoek naar mijn juryrapporteur Henri Ruitenberg. Ik draaide mij om en keek in het ver- wachtingsvolle gezicht van Jeen.
"Jeen van den Berg!"
"Rien? Rien de Roon hè?"
Jeen heeft een paar jaar geleden een tia gehad en kent niet iedereen meer.
"Ja, ja jou ken ik nog hoor, jij bent veel gevallen op de Zwette naar Sneek toe". Dat was in de Elfstedentocht van 1986.
Klein, mager en nog steeds afgetraind. Winnaar van de Elfstedentocht in 1954.
Een schaatsmonument. Maar de nieuwe generatie kent hem niet.
In zijn nadagen heb ik nog in dezelfde sponsorploeg geschaatst. 'AHV, vlees voor hond en kat' stond er op ons schaatspak. Ik kan me nog herinneren dat we met drie man in de Jaap Eden- trofee op kop zaten. Iedereen nam over, maar er klopte iets niet. Mijn intuïtie zei me dat er nog iemand mee zat. Ik keek achterom en zag dat het Jeen was.
"Rijden, Rien", riep hij, "we lopen uit".
"Zou je niet over nemen", schreeuwde ik hem toe.
"Ja, ja ik kom zo. Jullie gaan goed, ik ga over twee ronden overnemen."
Dat was Jeen. Altijd docerend zoals hij het als onderwijzer voor de klas deed.
Nu stond ik oog in oog met hem, vragend om aandacht.
"Weet je nog, dat we hier in de tijd van Dolle Dries en Emiel Hopman een keer
voor 10.000 toeschouwers hebben geschaatst?"
"Ja, ja Jeen dat weet ik nog, maar ik heb het nu even druk".
"Geef niet Rien, ik zie je straks nog wel". Hij draaide zich om en staarde het stadion in. Zoekend naar iemand anders uit een grijs schaatsverleden.
Rien de Roon