[./columns2.html]
[./index.html]
[Web Creator] [LMSOFT]
  
Mijn omgeving weet het al een tijdje, maar ik loop er niet mee te koop.
Toch ben ik bang dat het een keer uitkomt, dus kan ik er maar beter zelf mee voor de draad komen: ik heb wat met Nummer 32, van de dames wel te verstaan.
Dat heb ik altijd goed verborgen weten te houden, maar het duurt al meer dan drie jaar .
Het was geloof ik, op haar thuisbaan in Eindhoven, toen ik haar voor het eerst in haar grijsgroene schaatspak en  op smetteloos witte gympen langs het ijs rek- en strekoefeningen zag doen. Ik was meteen geïmponeerd en viel als een blok voor haar.
Dat waren geen meisjesachtige hupjes en buiginkjes. Dat moest pure topsport zijn. Ik geef toe, ik wist toen nog helemáál niets van marathonschaatsen. Maar sinds die dag is Nummer 32 mijn stille favoriet.
Ook toegegeven, ik heb mijn verwach- tingen inmiddels wel wat bijgesteld, terwijl  toch ook in Amsterdam de openingswedstrijd veelbelovend begon. Ik hoop dat ooit de dag komt waarop ik mijn Nummer 32 een wedstrijd zie uitrijden en dat ik niet elke keer na een rondje of zeven  moet vrezen dat het ook deze keer niet lukt.
Daar moet je ook als rijder zelf heel moedeloos van worden. Maar niet mijn Nummer 32.
Elke volgende keer staat ze er weer. Niet opgeven, maar gewoon in het autootje van Eindhoven naar Groningen in de wetenschap dat het waarschijnlijk opnieuw niet gaat gebeuren. En de volgende keer óók niet.
Mijn helden staan niet altijd op het podium. Ze zitten vooral bij nacht en ontij in het autootje naar Eindhoven.

                           Willem Ammerlaan

(Naschrift:  Een week later reed 'Nummer 32'  in Heerenveen de  wedstrijd uit !)
  
Nummer 32
Ken je me nog?
"Hee, ken je me nog?" De vraag van een slanke, tanige zestiger, wandelend met zijn vrouw tussen het publiek langs de Jaap Edenbaan.
Natuurlijk herkende mijn aangesproken metgezel die breed lachende man met het accent, dat ooit van Erik Hulzebosch een nationale bekendheid maakte.
De vergelijking is niet toevallig, want zo'n populaire televisieartiest als Hulzebosch nu is, zo was Dries van Wijhe dat in zijn
tijd zeker ook. Dolle Dries was vooral een fantastische schaatser, een uitgesproken natuurtalent, dat het best gedijde als het ver onder nul was.
Maar Dries was ook kind aan huis in de televisiestudio's, waar hockeyballerige presentatoren hem maar wat graag met die vermakelijke tongval zijn anecdotes lieten vertellen. Dries had een feilloos gevoel voor theater, vond het geen probleem de clown uit te hangen en als de Hilversumse balletjes hem een beetje in de maling wilden nemen, ook goed. Vooral goed voor de centjes en voor de sponsor. Daar wil je je accent en je verhalen nog wel wat extra voor aandikken.
Maar decennia later liep daar langs de ijsbaan in Amsterdam vooral nog altijd een eerbiedwaardige icoon van het marathonschaatsen, helaas door bijna niemand meer opgemerkt.
Een keer per jaar, alleen bij de openings- wedstrijd komen Dries en zijn onafschei- delijke Hilda nog naar het schaatsen.
Om er oude vrienden te ontmoeten en om zich vervolgens weer ijlings terug te trekken in de anonimiteit van hun Veluwse buurtschap. Want Dries hoeft niet meer zo nodig. Voor hem geen televisielampen meer. Dries is er klaar mee.
Maar het hoort bij de opvoeding van elke marathonschaatser dat je weet  wie Dries van Wijhe is en hoe groot hij is geweest.

                                Willem Ammerlaan
  
 Vet
Het is een tweede natuur van mij ge- worden, maar bij vrouwen doe ik het niet.
Voor de openingswedstrijd in Amsterdam kon ik het wéér niet laten, omdat ik ze lang niet had gezien.
Als ik de marathontoppers begroet, geef ik ze rechts een hand, terwijl ik met de linkerhand een huidplooi pak net boven de bekkenrand. Dan voel ik of ze hard getraind hebben.
Peter Baars voelde goed en KC Boutiette moet volgens mij onder de douche heen en weer rennen om water te vangen. Hij heeft deze zomer triatlons gedaan in de states, maar de schaats- scherpte moet nog komen.
De koers, waarin van alles gebeurde, maakte duidelijk dat de marathonneurs conditioneel wel in orde zijn.
Alleen gun ik deze mannen en vrouwen ook een gezicht. Ik bedoel dat je als marathonschaatser maar zo weinig her- kenning en erkenning krijgt.
Dat komt vooral door de ijsloze winters. Tenslotte is het bijna elf jaar geleden dat Henk Angenent op de Bonkevaart  met kleine voorsprong Erik Hulzebos klopte.
In echte winters krijgen onze marathon- mannen en -vrouwen pas een gezicht.
Elke dag wel een ijsklassieker op tv met op de achtergrond het molentje en de rietkragen. En het grote publiek smult weer van de heroïsche verhalen van onze schaatshelden.
Het kan zo maar weer gebeuren. Tot het zover is moeten we het doen met de KNSB- en de Essentcup. En als toetje de World Grand Prix op buitenlands natuurijs.
Maar met de provisorisch gemeten vet- percentages in Amsterdam denk ik dat onze mannen echt klaar zijn voor het grote werk. En wat ik zag, lijkt het me met de dames ook wel in orde.

                                                     Rien de Roon