"Hee, ken je me nog?" De vraag van een slanke, tanige zestiger, wandelend met zijn vrouw tussen het publiek langs de Jaap Edenbaan.
Natuurlijk herkende mijn aangesproken metgezel die breed lachende man met het accent, dat ooit van Erik Hulzebosch een nationale bekendheid maakte.
De vergelijking is niet toevallig, want zo'n populaire televisieartiest als Hulzebosch nu is, zo was Dries van Wijhe dat in zijn
tijd zeker ook. Dolle Dries was vooral een fantastische schaatser, een uitgesproken natuurtalent, dat het best gedijde als het ver onder nul was.
Maar Dries was ook kind aan huis in de televisiestudio's, waar hockeyballerige presentatoren hem maar wat graag met die vermakelijke tongval zijn anecdotes lieten vertellen. Dries had een feilloos gevoel voor theater, vond het geen probleem de clown uit te hangen en als de Hilversumse balletjes hem een beetje in de maling wilden nemen, ook goed. Vooral goed voor de centjes en voor de sponsor. Daar wil je je accent en je verhalen nog wel wat extra voor aandikken.
Maar decennia later liep daar langs de ijsbaan in Amsterdam vooral nog altijd een eerbiedwaardige icoon van het marathonschaatsen, helaas door bijna niemand meer opgemerkt.
Een keer per jaar, alleen bij de openings- wedstrijd komen Dries en zijn onafschei- delijke Hilda nog naar het schaatsen.
Om er oude vrienden te ontmoeten en om zich vervolgens weer ijlings terug te trekken in de anonimiteit van hun Veluwse buurtschap. Want Dries hoeft niet meer zo nodig. Voor hem geen televisielampen meer. Dries is er klaar mee.
Maar het hoort bij de opvoeding van elke marathonschaatser dat je weet wie Dries van Wijhe is en hoe groot hij is geweest.
Willem Ammerlaan